5 positieve gevolgen van COVID-19 op de ziekenhuiswerking

De opeenvolgende coronagolven waren in de eerste plaats erg belastend voor het ziekenhuispersoneel. Toch heeft de COVID-pandemie ook positieve gevolgen voor de werking van het ziekenhuis. Medisch directeur dr. Ludo Marcelis gaat dieper in op deze positieve effecten.

“We mogen zeker niet vergeten dat het heel zwaar is geweest de afgelopen jaren. Toch hebben we goede lessen uit de coronacrisis getrokken wat de werking van het ziekenhuis betreft. De teams zijn dikwijls uit hun comfortzone getreden. Chapeau daarvoor, want het werd met elke golf zwaarder voor de artsen en het zorgpersoneel. Desondanks hebben we stappen vooruit gezet als ziekenhuis, met een blijvend karakter.”

1
Meer aandacht voor de mentale gezondheid van medewerkers.
“Door de coronacrisis hebben we des te meer beseft hoe belangrijk het mentaal welzijn is. Niet dat we er voordien geen zorg aan besteedden, maar nu hebben we het beleid daarrond scherper gesteld. Op onze interne website hebben we telefoonnummers gezet voor medewerkers met mentale problemen. De hulpverleners waren op het hoogtepunt van de crisis dag en nacht beschikbaar voor hen. Op lange termijn hebben we een werkgroep gevormd rond mentale gezondheid bij medewerkers. We denken hierin na hoe we binnen het ziekenhuis en op specifieke diensten structureel met mentale gezondheid kunnen omgaan.”
2
Verhoogd aanpassingsvermogen.
“Vroeger waren we al een organisatie die in staat was om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden. Door COVID hebben we daar nog meer lessen uit getrokken. We hebben geleerd om onze hele organisatie op korte termijn om te gooien als het moet: bedden vrijmaken, patiënten doorsturen naar en opvangen van andere ziekenhuizen, het verbouwen van afdelingen, … We moesten ad hoc oplossingen vinden voor acute problemen. Het is duidelijk geworden dat je flexibel moet zijn. Je moet kunnen inspelen op veranderingen. We hebben bewezen dat we dat konden.”
3
Versnelde veranderingsprocessen.
“We wisten dat we ons konden verbeteren op een aantal punten, zoals rond het capaciteitsbeleid. Door de coronapandemie is dat veranderingsproces in een stroomversnelling geraakt. Er was een enorme druk op onze capaciteit door de toestroom van COVID-patiënten. We werden verplicht om ons te organiseren op een manier waarop we met een beperkte capaciteit toch het maximale kunnen doen voor de patiënt. Ook voor de toekomst hebben we hieruit geleerd, en die wijzigingen zijn definitief geworden. Bijvoorbeeld wat de hoge druk op intensieve zorgen betreft. We hebben kritischer bekeken welke patiënten écht op intensieve zorg thuis horen, en wie ook op midcare of de verpleegafdeling terechtkan. Hierbij zorgen we uiteraard wel steeds voor aangepaste zorg voor de patiënt in kwestie.”
4
Toegenomen onderling overleg.
“Het overleg tussen diensten, artsen en verpleegkundigen is toegenomen. Het is belangrijk om met elkaar te praten. Dat was niet altijd even evident, maar de spirit was er om samen naar de beste oplossingen te zoeken. We willen de mindset van “er samen voor gaan” vasthouden voor de uitdagingen die nog op ons wachten.”
5
Meer patiënten naar het dagziekenhuis en in ambulante zorg.
“Door de nood aan extra vrije bedden, beslisten we om bepaalde patiënten in dagopname te laten verblijven of ambulant te behandelen. Ook na de pandemie willen we deze strategie aanhouden.”