Geurverlies bij COVID-19: hoe tast het virus het reukvermogen aan?

Artsen van het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV en het UZ Leuven bundelden hun krachten met de Duitse Max Planck Research Unit for Neurogenetics. Concreet wilden ze onderzoeken hoe het coronavirus het reukvermogen aantast, aangezien geurverlies een veelvoorkomend symptoom is van een COVID-19-besmetting. Het is de grootste studie ooit bij overleden COVID-19-patiënten.

Geurverlies komt voor bij ongeveer de helft van alle COVID-19-patiënten. In de meeste gevallen is dit geurverlies tijdelijk, maar zo’n 5% heeft er langdurig last van.

Wat hield de studie in?

De artsen van het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV en het UZ Leuven namen weefselstalen af van verschillende delen van het reukorgaan van 70 overleden COVID-19-patiënten en 15 controlepatiënten. Dit betreft patiënten die overleden aan een andere aandoening.

Ze gebruikten hiervoor een techniek uit de schedelbasischirurgie. Deze techniek maakt het mogelijk om heel precies een stukje van het ademhalingsslijmvlies, reukslijmvlies en geurcentrum in de hersenen weg te nemen. Ze deden dit met een kleine camera via de neusgaten. Zo blijft het lichaam uitwendig intact. Het was de eerste keer dat deze techniek gebruikt werd voor onderzoeksdoeleinden.

Wat was de conclusie?

De onderzoekers ontdekten dat het virus zich voortplant in de trilhaarcellen in het ademhalingsslijmvlies en in de steuncellen van het reukslijmvlies. Steuncellen spelen vermoedelijk een belangrijke rol bij het ondersteunen en voeden van de zenuwcellen met geurreceptoren.

De infectie van de steuncellen veroorzaakt waarschijnlijk onrechtstreeks een afwijkende werking van het reukslijmvlies met als gevolg een aangetast reukvermogen. Het feit dat ons lichaam doorlopend nieuwe steuncellen aanmaakt kan het tijdelijke karakter van het geurverlies verklaren.

In de zenuwcellen werden geen virusdeeltjes teruggevonden. Het virus is dus naar alle waarschijnlijkheid niet via die weg in de hersenen geraakt. Ook het geurverwerkend centrum in de hersenen bleef gespaard. Deze bevinding is alvast hoopgevend met het oog op mogelijk herstel van geurverlies.

Komt er nog verder onderzoek?

De studie loopt momenteel verder. Er worden nog verdere analyses uitgevoerd op de geoogste weefselstalen. Men wil meer te weten komen over de infectie van steuncellen door verder te onderzoeken welke schade het virus precies aanricht in deze cellen. Ook wil men achterhalen hoe het komt dat het geurverlies bij sommige patiënten niet (helemaal) herstelt. Dit kan op termijn helpen bij het ontwikkelen van geneesmiddelen tegen geurverlies. Aangezien reukverlies ook voorkomt bij andere virale ziektes, zoals griep, zal verder onderzoek zich ook focussen op stalen van patiënten die overleden zijn aan griep.

Deze studie getuigt van een knap staaltje teamwork en was enkel mogelijk dankzij de medewerking en toewijding van talrijke verpleegkundigen, artsen en onderzoekers in de betrokken centra.