Opname-en ontslagbeleid op maat van de patiënt

Hoe zorgt het ziekenhuis voor een betere in- en uitstroom van patiënten?

De coronacrisis heeft het ziekenhuis voor enorme uitdagingen geplaatst. Hoe slagen we erin om kwaliteitsvolle en veilige zorg te geven aan alle patiënten (zowel COVID als niet-COVID)? En hoe kunnen we de capaciteit van de beschikbare bedden in het ziekenhuis optimaal benutten? Medisch directeur dr. Ludo Marcelis en capaciteitsmanager Viktor Vyncke geven meer tekst en uitleg bij het aangepast opname- en ontslagbeleid.

In welke zin heeft COVID-19 de ziekenhuisopnames beïnvloed?

De niet-essentiële zorg werd tot mei/juni 2020 sterk beperkt. Vanaf juli hebben we dan een tijdelijke inhaalbeweging gemaakt, maar het was uiteraard niet mogelijk om de achterstand volledig in te halen. In het najaar kwam de tweede golf en wat later volgde een derde golf.

Om ervoor te zorgen dat de niet-COVID-zorg zoveel mogelijk kan doorgaan, hebben we de aanmelding van coronapatiënten afzonderlijk bekeken, afhankelijk van de beschikbare capaciteit. We willen namelijk garanderen dat zoveel mogelijk patiënten in het ziekenhuis de nodige zorg krijgen. Je kan immers zorg niet eindeloos uitstellen zonder de gezondheid van de patiënt in gevaar te brengen. Daarom hebben we concrete acties ondernomen om onze beddencapaciteit beter te benutten, zodat we maximale zorg kunnen blijven geven.

Twee belangrijke pijlers waar we rekening mee houden bij het opname- en ontslagbeleid:

De patiënt centraal stellen

We willen dat het aanmeldproces in het ziekenhuis zo vlot en patiëntvriendelijk mogelijk verloopt. Van de registratie aan de aanmeldkiosk, tot de ontvangst in de kamer en het ontslag aan het einde van de noodzakelijke ziekenhuisopname. Het is de bedoeling dat de patiënt niet te lang moet wachten, vlot geholpen wordt en ook nadien weet wanneer hij of zij het ziekenhuis weer zal mogen verlaten.

We stellen in ons beleid het welzijn van de patiënt centraal. We willen garanderen dat iedereen de juiste zorgen krijgt, op het juiste ogenblik, in het juiste bed, met de juiste arts.

De bedden optimaal benutten

Het ziekenhuis heeft geen overcapaciteit aan bedden, noch in het dagziekenhuis, noch in de klassieke verblijfafdelingen. We moeten ons dus de vraag stellen hoe we de capaciteit zo optimaal mogelijk kunnen benutten om de patiënten de beste zorg te kunnen aanbieden.

Wat zijn de belangrijkste werkpunten?

1
Tijdig ontslag. Bij een ontslag uit het ziekenhuis komt veel kijken: de sociale dienst moet eventueel verwittigd worden, de kamer moet gepoetst worden, de arts moet een ontslagbrief schrijven… Dat verliep in het verleden niet altijd even vlot. Vandaar dat we beslist hebben om het ontslag standaard naar de voormiddag te verplaatsen. Zo kunnen we de capaciteit van de bedden beter benutten en komt de zorg niet in het gedrang. Vroeger was het gemiddelde ontslaguur 14.00u, ondertussen is dat al vervroegd naar 12.00u. Op heel korte termijn hebben we zo extra patiënten kunnen opnemen.
2
Opnamespreiding. De nieuwe richtlijn is dat een patiënt drie uur voor de ingreep aanwezig moet zijn in het ziekenhuis. Voordien was het opname-uur afhankelijk van de specifieke afdeling. Soms moest de patiënt er al heel vroeg zijn, terwijl dat niet altijd nodig was. Stel dat een patiënt al van ’s ochtends vroeg in het ziekenhuis is, maar de ingreep is pas in de middag gepland, dan moet hij een aantal uur wachten en zet je de organisatie van het ziekenhuis ook onder druk. Het bed moet vroeger klaargemaakt worden, de schoonmaakploeg moet de werkuren hierop afstemmen, …
3
Aandacht voor de vooropname. Het is ook belangrijk om voldoende aandacht te besteden aan een goede vooropname van de patiënt die een geplande ingreep ondergaat: welke medicatie neemt hij/zij, welke eventuele risicofactoren zijn er, welk type verdoving is aangewezen, enzovoort. Het is belangrijk dat dit goed voorbereid wordt, zodat alles op de dag van de ingreep vlot en veilig kan verlopen.
4
Betere afstemming tussen het operatiekwartier en de bedplanning. We geven nu door aan het operatiekwartier waar en wanneer er nog bedden vrij zijn, zodat er meer patiënten kunnen opgenomen worden en iedere patiënt tijdig een bed krijgt toegewezen volgens zijn noden. Via een waarschuwingssysteem kunnen we tekorten en overschotten aan bedden beter in kaart brengen en doorgeven. Zo kunnen we dagen waarop er een overschot is beter benutten.
5
Later naar de kamer. In beddennood laten we patiënten voor een operatie nog niet meteen naar hun eigen kamer gaan. De patiënt start pre-operatief op een afdeling waar in de ochtend ruimte is. Zo heeft het personeel op chirurgie meer tijd om vorige patiënten te ontslaan en de kamer klaar te maken. De patiënt wordt dan na de operatie opgenomen op een chirurgische afdeling.
6
Drukke momenten in kaart brengen. Sommige afdelingen hebben het drukker in bepaalde periodes van het jaar. De afdeling longziekten bijvoorbeeld heeft meer patiënten in de wintermaanden door het griepvirus. Dit jaar was dat uiteraard anders door corona, waardoor we weinig grieppatiënten gezien hebben. We willen het personeel in de toekomst graag optimaler inzetten op de piek- en dalmomenten.