Meer aandacht voor mentale gezondheid bij toekomstige moeders

Sinds begin 2021 loopt het project Perinatale Mentale Gezondheidszorg op campus Sint-Jan. De doelstelling is om zwangere vrouwen van bij het begin te screenen op mentale gezondheidsproblemen en dit ook verder te behandelen en op te volgen. Zo kan sociale en mentale ondersteuning aangeboden worden indien nodig.

Vanwaar de nood aan een mentale screening voor en na de bevalling?

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat 20% van de zwangeren een postpartumdepressie ervaart en hiervan 75% van de vrouwen die diagnose niet krijgt. Ze worden daardoor niet behandeld of ondersteund. Bovendien heeft een onbehandelde depressie negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van het kind, voor de hechting tussen moeder en kind, voor het gezin en voor de gemeenschap. Eén van de belangrijkste redenen voor maternale sterfte is suïcide ten gevolge van een postnatale depressie: 3 à 13 %.

Het prenataal zorgpad Perinatale Mentale Gezondheidszorg

Screening tijdens het eerste consult en op 12 weken zwangerschap

De gynaecoloog of vroedvrouw screent al van bij het begin op risicofactoren. Mogelijke risicofactoren zijn: partnergeweld, ongewenste zwangerschap, tienerzwangerschap, kansarmoede, middelenmisbruik en psychiatrische voorgeschiedenis. Als dit nodig is, sturen ze de toekomstige moeder door naar de sociale dienst, de psycholoog of de psychiater.

Op 20 weken zwangerschap

Op 20 weken zwangerschap krijgt de moeder een structurele echo bij de gynaecoloog en een consultatie bij de vroedvrouw. Zij peilt aan de hand van vier ja/nee-vragen naar angst en depressie. Afhankelijk van de antwoorden volgt al dan niet verdere screening.

Op basis van de score op deze bijkomende screening zijn er drie mogelijke scenario’s:

1
Er is geen verdere actie nodig
2
De zwangere vrouw bevindt zich in de schemerzone. Er volgt daarom een herevaluatie tijdens het consult op 24 weken.
3
De vrouw krijgt een doorverwijzing naar de psycholoog en indien nodig naar de psychiater. Eén van de vragen peilt specifiek naar acute suïcidaliteit. Als de zwangere vrouw hier positief op antwoordt volgt er een directe doorverwijzing naar een psychiater. De stap naar een consult bij de psycholoog wordt zo laagdrempelig mogelijk gehouden.

Verdere opvolging is ook mogelijk door de eigen mentale zorgverstrekkers. Er is telkens ook een terugkoppeling voorzien naar de huisarts van de zwangere vrouw.

Het postnataal zorgpad Perinatale Mentale Gezondheidszorg

Ook na de bevalling wordt de moeder opgevolgd. Dit enerzijds door interne, maar vooral door externe zorgverleners.

Op de dienst Materniteit

Vrouwen die al tijdens de zwangerschap psychologische begeleiding kregen, worden opgevolgd op de dienst Materniteit.

Tussen week 4 en week 6 na de bevalling

De zelfstandige vroedvrouwen voorzien een screeningmoment aan huis.

Screening door dienst Opgroeien

De dienst Opgroeien (het vroegere Kind en Gezin) houdt drie screeningmomenten.

Tot een jaar na de geboorte

Tot het kind 1 jaar oud is, kunnen moeders die bevallen zijn op campus Sint-Jan een beroep doen op de psychologen en psychiaters van het ziekenhuis.

Als het kind moet opgenomen worden in het ziekenhuis, zullen de pediatrisch verpleegkundigen en kinderartsen ook de moeder screenen.

Permanente opvolging

De huisarts is van cruciaal belang voor pre- en postnatale screening en opvolging.

In welke zin is dit project een vooruitgang?

Als zorgverleners vroeger een probleem signaleerde bij een zwangere vrouw, was er geen gestructureerd kader om de vrouw in kwestie door te verwijzen. Nu is dit wel mogelijk dankzij de nauwe samenwerking tussen gynaecologen, vroedvrouwen, sociale werkers en psychiaters en psychologen. Zij dragen elk op hun manier bij aan het mentale welzijn van de vrouwen. Ook op de afdeling Maternale intensieve zorgen (MIC) is dit project een grote meerwaarde, aangezien angst en depressie daar prominenter aanwezig zijn.

Hoe werd het project geëvalueerd tot nu toe?

Uit cijfers tussen 1 juni 2021 tot 1 april 2022 blijkt dat er tijdens de screening op 12 weken zwangerschap op basis van de risicofactoren 83 doorverwijzingen waren naar een hulpverlener. Dit op een totaal van 658 consulten. Wat de doorverwijzingen op 20 weken zwangerschap betreft, waren er 53 doorverwijzingen op een totaal van 537 consulten.

Welke extra middelen kreeg het ziekenhuis voor dit project?

Het initiatief voor dit project kwam in 2016 van de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. De minister kende een subsidie toe voor de uitwerking van het pilootproject, maar er was geen financiering voor de uitrol hiervan. De directie van het AZ Sint-Jan heeft daarom besloten het project financieel te ondersteunen. De teams op campus Sint-Jan kregen ter versterking een extra vroedvrouw en psycholoog. Ook kreeg een sociaal medewerker tijd om dit project te ondersteunen.

Wat zijn de toekomstplannen?

Het afgelopen jaar werd het project vooral binnen het ziekenhuis uitgebouwd. Het is de bedoeling om dit nu verder uit te rollen. Sinds 1 januari 2022 vinden er multidisciplinaire vergaderingen plaats waarbij de huisarts kan aansluiten of het verslag kan raadplegen. Tijdens deze vergaderingen kijken de verschillende zorgverleners vanuit hun expertise naar de moeders. Ze bekijken samen hoe ze de vrouw stap voor stap kunnen verder helpen en ondersteunen.

Via het platform Born in Belgium Professionals kunnen alle betrokken partijen psychosociale info over de moeder verzamelen en andere zorgverleners informeren en alarmeren. In de toekomst zal dit platform gelinkt worden aan het elektronisch patiëntendossier en aan het informaticapakket van de externe partijen.

Hopelijk zullen ook andere Moederzorg-materniteiten binnenkort kunnen aansluiten dankzij de aangekondigde nieuwe financieringsmogelijkheden.